November 15, 2011 Premiere in Costa Rica

We hadden het hem vorige jaar al moeten beloven, toen we in de jungle van Talamanca afscheid namen van Don Timoteo. We draaiden toen een korte film voor de World Future Council, ‘The Right of Mother Earth’. Janelle, een elf jarig meisje, ontdekt daarin hoe belangrijk het bos voor haar is, en voor de hele wereld. Het filmpje werd vertoond op de wereldconferentie over biodiversiteit in Japan en staat op de websites van drsFILM en de WFC. Daarnaast waren we in Talamanca om met Timoteo de laatste scènes op te nemen voor de feature length versie van Silent Snow.

 

Het lied over Moeder Aarde

Don Timoteo Jackson, een charismatische Bri Bri leider in Talamanca, was onze gids in het Costa Ricaanse deel van de film. Op een van de draaidagen liepen we door het bos en besloot hij op een heilige plaats een lied te zingen, een ode aan Moeder Aarde. “Zij is een levend wezen, en we mogen haar niet vergiftigen, weggeven of verkopen, anders zal zij sterven en wij sterven dan met haar”, zong hij. Het werd een prachtige scène in onze film.

 

Later, bij het vertrek en de gebruikelijke afscheidsrituelen, vroeg hij: “En, hoe gaan we de première organiseren?”. Na mijn licht verbaasde reactie legde hij me geduldig uit dat zo’n vijftig mensen in het bos hadden meegeholpen aan de film. Die zouden de film willen zien en dat moest georganiseerd worden, inclusief vervoer, eten en drinken. Dat was wel het minste dat we als tegenprestatie konden doen.

 

Bij de Bri Bri hadden we eindelijk de laatste opnamen voor Silent Snow kunnen maken. Het budget voor de film was al ver overschreden en ik wist dat er nog een lange en dure montage en afwerking wachtten. Maar de laconieke stelligheid waarmee Don Timoteo het zei maakte dat we vonden dat we alles in het werk moesten stellen om een première in Bri Bri en in Suretka, het dorp aan de rivier, voor elkaar te krijgen.

 

Een jaar later

En nu, een jaar later, reis ik opnieuw met Pipaluk naar Costa Rica. De film is klaar en dankzij Esteban en Joost, enthousiaste leden van de Nederlandse ambassade, voorzien van Spaanse ondertitels. Boris Everts, vriend en editor van Silent Snow, reist ook mee om opnamen te maken van de ‘making-of’, die liefst al voor de release in Nederland op 17 november klaar moet zijn.

 

Als we aankomen zijn we meteen weer onder de indruk van wat Jorine, veruit de beste producent van Latijns Amerika, allemaal geregeld heeft. Er zijn bijna elke dag screenings van de film, en interviews met kranten, de radio en de televisie. Ze heeft van een Nederlandse vriend een fantastische installatie mogen lenen met een groot scherm dat - goed ingepakt op het dak - de regens in de bergen zal moeten doorstaan.

 

De volgende dag rijden we eerst naar de bananenstreek waar we in Penshurst/La Guaria vorig jaar mensen interviewden die ziek en impotent geworden waren van het beruchte landbouwgif nemagon. We zouden de film daar ‘s middags vertonen zodat we de screening en de reacties ook konden filmen. Maar tijdens de tocht door de bergen komen we in vreselijk noodweer terecht. Hellingen glijden naar beneden de weg op en zorgen voor eindeloze files. Als we vele uren te laat aankomen in Penshurst/La Guaria zit Nemecio, voormalig plantagearbeider en een van de belangrijke personen uit de film, echter nog altijd rustig te wachten, temidden van de andere dorpsbewoners.

 

Screening in Penshurst/La Guaria

Het voor het eerst aansluiten van de installatie en het ophangen van het scherm zorgen volgens Boris, die het filmt, al voor een mooie scène, pure slapstick. Het doek valt steeds weer naar beneden en met grote moeite krijgen we het uiteindelijk op de juiste hoogte, goed voor de beamer en het publiek. Dat alles in de benauwende hitte die aan een volgende onweersbui vooraf pleegt te gaan. Maar het lukt, en de eerste voorstelling kan beginnen.

 

Na afloop zijn er heftige discussies. Ze hopen allemaal dat de regering de film ook te zien krijgt. Want de gevolgen zijn nog steeds ernstig en de compensatie voor slachtoffers is in de meeste gevallen miniem. De mensen zijn woedend op de producenten van het gif, die heel goed wisten hoe gevaarlijk het was, en dat het verboden was in de VS. Het blijkt dat ze nu in Ecuador wel biologische bananen kunnen telen. Ze zeggen dat het klimaat in Costa Rica er niet geschikt voor is, maar dat wordt als een goedkope leugen gezien. Niemand ziet enig verschil in klimaat tussen de beide landen.

 

Veel mensen worden nog altijd ziek en er is nog steeds geen schoon water in het dorp. Nemecio vertelt dat hij zich geestelijk af en toe nog sterk voelt, maar dat hij lichamelijk niets meer kan. Hij is blij met de film, en weet nog precies waarom hij er aan meegewerkt heeft: “De mensen moeten dit weten, overal in de wereld”. Er zijn wel eerder mensen komen filmen, maar de inwoners van Penshurst/La Guaria hadden er nooit iets van terug gezien. “De mensen kwamen altijd alleen om te halen”, zegt een vrouw. Nu, voor het eerst, wordt iets ook teruggebracht. En ze hopen dat de film effect zal hebben op de overheid en misschien zelfs op de producenten van bananen en andere monoculturen.

 

Maar ook de consumenten moeten opgevoed worden. “Die willen gouden bananen” zegt iemand, en daarom wordt er zoveel gif gebruikt. Er was een nieuw gerucht dat Duitsers tegenwoordig rechte bananen willen, dat is beter voor de markt, en het meest onnatuurlijke dat er is. Die idiote mentaliteit moet ook veranderen.

 

Het onweer is inmiddels ook hier in volle hevigheid losgebarsten en door het gigantische lawaai van de donderslagen, de regen op het dak en de snel intredende duisternis zijn de discussies niet meer te filmen. We schrijven de belangrijkste opmerkingen op om ze later via close ups van kijkende hoofdpersonen in de making-of te verwerken.

 

Terug in de jungle

Daarna komen we via Puerto Viejo weer aan bij een van de mooiste huizen van de wereld. Het is door Joep Merx gebouwd op een plek in het bos waar geen bomen stonden. Zo ging er niets van het oerwoud verloren. Er is geen elektriciteit en met kaarsjes en zaklantaarns vinden we onze weg. Ik mag weer op mijn oude plek slapen: een bed op de eerste verdieping aan de zijkant van het huis waar de apen ‘s ochtends vroeg bijna over je heen lopen en waar ik vorig jaar prachtige surround geluiden opnam van hun gebrul. Dan moest ik overigens wel een flink stuk het bos in lopen vanwege de slaapgeluiden van de crew en de harde druppels die het regenwoud voortdurend op het huis doet neerkomen.

 

De volgende dag gaan we door naar Bri Bri waar Don Tomoteo ons opwacht. Hij is wat nerveus en druk met zijn mobiel in de weer. Hij wil nog zoveel mogelijk mensen laten weten waar en wanneer de film vertoond wordt. Daar gaat hij zelfs tijdens de voorstelling mee door. Steeds loopt hij weer even naar buiten om mensen te waarschuwen voor de voorstelling in Suretka, het dorp verderop, de volgende dag.

 

Intussen lukt het ons steeds beter de apparatuur snel op te zetten en het scherm stevig in het dak te verankeren. Amanda Merx gaat na ons vertrek de screenings in scholen en universiteiten begeleiden en neemt vandaag deskundig mijn inleiding over, zodat ik me kan concentreren op het geluid. Want ook hier breekt tijdens de film een gigantisch onweer los en moet ik de mixer steeds harder zetten om het Spaans in het laatste deel van de film, dat niet ondertiteld is, verstaanbaar te houden. Het lukt niet altijd, maar, zeggen de mensen later: “We hebben ook genoten van de mooie beelden.” Gelukkig konden we belangrijkste mensen als Nemecio, Don Timoteo en de kinderen uit de korte film allemaal een DVD geven.

 

De première in San José

Het waren prachtige en uiterst zinnige vertoningen, zowel die in Talamanca als de voorstelling later in Panama, en er waren mooie en af en toe ontroerende reacties. Ook de gesprekken met de pers waren interessant en zinvol, dankzij Jorine die mijn verhalen in gebrekkig Spaans zorgvuldig aanvulde. Een uur op de radio en een pagina in de Costa Ricaanse NRC, la Nacion, zijn het resultaat. Maar de première in San José is het absolute hoogtepunt van de reis.

 

De Nederlandse ambassadeur en vele anderen die meewerkten aan de totstandkoming van de film kwamen naar de mooie Variedades cinema in het hart van de stad. Jorine had gezorgd dat een groot aantal studenten met bussen konden komen, waardoor er onder de driehonderd bezoekers die avond ook veel jongeren zaten. Samen met Pipaluk hield ik een korte inleiding. Daarna kwam de Nederlandse Ambassadeur, Matthijs van Bonzel, met een goed verhaal over de milieuproblemen in Costa Rica en de pogingen daaraan te werken, waar hij al in de jaren tachtig een bijdrage aan leverde. Vervolgens werd de Spaanse versie eindelijk in een mooie zaal vertoond, en kon iedereen de prachtige mixage horen. Het publiek was zichtbaar onder de indruk, en er werd ook veel gelachen om de prachtige opmerkingen van Don Timoteo in de film.

 

Na de screening kwamen vier mensen op het podium die zich voor het milieu inzetten. Javier Bogantes, oprichter en directeur van het Latijns Amerikaanse Watertribunaal, een organisatie die Ethische Tribunalen organiseert met als doel om te bemiddelen en oplossingen te vinden voor waterconflicten in Latijns Amerika, hield een mooi filosofisch verhaal en citeerde Plato: “Wie in de rivier pist, wordt gestraft”. Clemens Ruepert, expert in pesticiden en werkzaam op de Universidad Nacional in Costa Rica, vertelde hoe de film laat zien dat de problemen niet alleen in Costa Rica spelen, maar overal in de wereld. Ook Luis Matarrita hield een mooi verhaal, de oprichter van een NGO die samen met publieke instanties kleine boeren helpt om op organische landbouw over te schakelen. Luis is ook betrokken bij de recycling van plastic flessen waar giftige stoffen in hebben gezeten. Na afloop bij de kaas en wijn sprak Matthijs – vooral vanwege de enthousiaste jeugd die in grote getale gekomen en zeer enthousiast reageerde - van een exito, wat in het Spaans een groot succes betekent.

 

Echter, de spreker die het meeste indruk maakte die avond was don Timoteo, die met zijn vrouw in de bus naar de stad gekomen was. De zaal was doodstil toen hij – als vierde spreker na de film - met gebalde vuist zijn verhaal deed. Hij zou blijven vechten voor zijn volk, voor zijn bos zonder gif en voor schone rivieren. De plannen voor een dam moesten van tafel en er moest actie gevoerd worden tegen de mijnbouw, die met kwik zijn rivier vergiftigen. En hij deed een beroep op allen om hem bij te staan in het actievoeren: “Want als we niet goed voor Moeder Aarde zorgen, zijn we allemaal ten dode opgeschreven.” 

 

 








Comment on this item

Name
E-mail
Message
 





Website by Ragfijn Webservice